Leestijd: 7 minuten
Soms begint een ingewikkelde dag met iets wat op papier eigenlijk heel klein lijkt.
Je kind dat vertrekt op openluchtklassen en ziet staan met een vies kussen en een jas die thuis is blijven liggen.
Maar soms is het niet dat ene kussen of die ene jas waar je werkelijk boos om bent. Soms is het alles wat eraan voorafging en alles wat het in jezelf raakt.
Mijn zoon vertrok voor het eerst op openluchtklassen.
Zesde leerjaar, een hele week weg met zijn klas en zijn vrienden.
Voor hem is het een avontuur waar hij al heel lang naar uitkeek; voor mij is het tegelijk een moment waarop ik hem graag met een gerust hart had willen uitzwaaien.
Ik had zijn koffer gemaakt. Niet omdat ik zo graag alles controleer, maar omdat ik weet dat het bij zijn papa met de praktische dingen niet altijd vanzelf goed loopt. Ik wilde vooral dat mijn zoon alles bij zich had wat hij nodig had en dat ik hem daarna gewoon kon uitzwaaien. Tot ik hem zag staan met een kussen in zijn handen.
Het kussen kwam van bij zijn papa vandaan en zag er allesbehalve fris uit. Geel verkleurd en zwaar bevlekt.
Ik keek ernaar en voelde vrijwel onmiddellijk de boosheid omhoogkomen. Niet alleen omdat het kussen vies was.
Maar omdat er in dat ene moment zoveel meer zat.
Het gevoel dat ik opnieuw degene was die iets moest opmerken. Dat ik opnieuw degene was die vooruit moest denken. Dat ik opnieuw niet gewoon de mama kon zijn die haar kind met een kus en een 'amuseer je' uitzwaait, maar dat ik eerst moest kijken of alles wel in orde was.
En toen zag ik ook dat hij alleen een dun vestje met daaronder een T-shirt en korte broek aanhad, terwijl het buiten regende en zijn warme jas nog thuis lag. Dat was het moment waarop mijn frustratie omsloeg in boosheid.
Ik sprak mijn ex erop aan. Misschien feller dan ik achteraf gezien had gewild.
"Ik hoef geen toestemming te krijgen om te voelen wat ik voel."
Ik weet dat ik heftig kan reageren wanneer iets mij diep raakt.
Ik weet ook dat ik CPTSS heb en dat mijn zenuwstelsel soms sneller in alarm schiet dan ik rationeel kan volgen.
Maar vervolgens kwam de zin die ik zo goed ken: 'Door jouw reactie kan ik nu niet eens goed afscheid nemen.'
En daar gebeurde iets wat voor mij veel groter is dan deze ene ochtend.
Want plots ging het niet meer over het kussen. Niet meer over de jas. Niet meer over waarom ik zo geraakt was.
Mijn reactie was het probleem geworden. En dat patroon ken ik.
Iemand doet iets wat mij raakt. Ik reageer daarop. Mijn reactie wordt vervolgens besproken en uiteindelijk lijkt het alsof het oorspronkelijke probleem nauwelijks nog bestaat.
Het is een patroon waar ik mezelf jarenlang in heb verloren.
'Misschien ben ik inderdaad te gevoelig': dacht ik dan. 'Misschien reageer ik overdreven'.
'Misschien moet ik gewoon leren om rustiger te blijven, minder persoonlijk te nemen, niet zo diep te voelen'.
Maar hoe langer ik ermee bezig ben, hoe meer ik begin te begrijpen dat daar iets belangrijks ontbreekt.
Ik mag namelijk heftig reageren. Niet omdat iedere reactie die ik vanuit boosheid geef automatisch juist is, en ook niet omdat CPTSS een vrijgeleide zou zijn om anderen te kwetsen.
Als ik iemand pijn doe met mijn woorden, kan ik daar verantwoordelijkheid voor nemen.
Ik kan achteraf nadenken over wat ik anders had kunnen doen en leren om een volgende keer meer ruimte te maken tussen wat ik voel en wat ik zeg.
Maar mijn emotie zelf hoeft niet weg. Mijn boosheid mag er zijn. Mijn verdriet mag er zijn. Mijn frustratie mag er zijn.
Ook wanneer iemand anders vindt dat mijn reactie te groot is.
Want een emotie is geen democratisch proces. Ik hoef geen toestemming te krijgen om te voelen wat ik voel.
"Ik heb mensen nodig die begrijpen wat CPTSS is."
En dat is voor mij een belangrijk verschil geworden: ik wil leren omgaan met mijn emoties, maar ik wil niet leren om minder te voelen. Dat lijkt misschien hetzelfde, maar dat is het niet.
Wanneer ik leer om mijn emoties te reguleren, wil ik niet dat mijn boosheid verdwijnt.
Ik wil dat ik ermee kan blijven staan zonder mezelf erin kwijt te raken. Ik wil kunnen voelen dat iets mij diep raakt en tegelijkertijd de keuze houden over wat ik vervolgens doe.
Dat is iets anders dan mezelf vertellen dat ik niet zo had mogen reageren.
Misschien is dat ook waarom ik veel bewuster kijk naar de mensen die ik rondom mij wil.
Ik heb mensen nodig die begrijpen wat CPTSS is. Niet mensen die alles wat ik doe goedpraten, want daar heb ik niets aan. Ik wil niet dat iemand mij altijd gelijk geeft of mij bevestigt in iedere reactie.
Ik wil mensen die mij eerlijk kunnen spiegelen, maar dat doen vanuit veiligheid en begrip.
Er is namelijk een groot verschil tussen iemand aanspreken en iemand beschuldigen.
Tussen zeggen: “Ik zie dat dit je heel hard raakt, zullen we eerst even tot rust komen?” en zeggen: “Zie je wel, door jouw reactie is het weer jouw schuld.”
Het eerste helpt mij om terug te komen bij mezelf. Het tweede duwt mij verder weg en haalt de storm van emotie naar boven. Wanneer mijn zenuwstelsel al in alarm staat, heb ik geen behoefte aan iemand die mij vertelt dat ik te veel ben.
Ik heb behoefte aan iemand die niet bang wordt van mijn emotie. Iemand die kan blijven staan terwijl ik even niet weet hoe ik dat zelf moet doen.
Iemand die kan zeggen: “Ik begrijp waarom dit je raakt. We hoeven dit nu niet op te lossen. Eerst even ademhalen.”
Dat betekent niet dat die persoon mijn reactie goedkeurt. Het betekent dat mijn gevoel mag bestaan voordat we gaan analyseren wat ik ermee heb gedaan.
En dat is wel iets wat ik jarenlang gemist heb. Mensen die niet meteen proberen mijn emoties kleiner te maken, maar ze ook niet groter maken. Mensen die mij niet vertellen dat alles aan mij ligt zodra ik heftig reageer, maar die kunnen begrijpen dat mijn reactie ergens vandaan komt.
Want ik wil mezelf niet meer omringen met mensen bij wie ik voortdurend moet bewijzen dat mijn gevoel gerechtvaardigd is. Ik wil mensen bij wie ik mag zeggen: “Dit raakt mij.”
En die niet onmiddellijk antwoorden met: “Maar kijk eens hoe jij reageert.”
Ik wil kunnen zeggen: “Ik ben boos.” En iemand naast mij hebben die kan antwoorden: “Dat zie ik.”
"Wanneer mijn zenuwstelsel al in alarm staat,
heb ik geen behoefte aan iemand die mij vertelt dat ik te veel ben."
En dat is ook wat herstel is.
Herstel betekent niet dat je nooit meer getriggerd wordt. Dat je niet plots verandert in iemand die alles rustig kan relativeren en nergens meer van wakker ligt.
Herstel kan er ook uitzien als leren herkennen wat er in je gebeurt, zonder jezelf daarvoor te veroordelen.
Het kan betekenen dat je steeds beter begrijpt waarom iets zo diep binnenkomt.
Dat je leert luisteren naar je lichaam. Dat je leert wanneer je afstand moet nemen.
Dat je leert dat je niet ieder conflict hoeft op te lossen op het moment waarop je het voelt.
Maar het kan óók betekenen dat je zorgvuldig wordt in de mensen die je dichtbij laat.
Want de mensen rondom ons hebben invloed op hoe veilig we ons voelen.
En ik wil mij niet meer laten omringen met mensen die mij het gevoel geven dat mijn emoties een probleem zijn dat opgelost moet worden. Ik wil mensen die mijn emoties kunnen verdragen.
Mensen die mij niet kleiner maken wanneer ik groot voel. Mensen die mij niet laten geloven dat ik de oorzaak ben van alles wat er gebeurt. Mensen die mij kunnen geruststellen zonder mijn gevoel af te nemen.
En misschien is dat voor mij één van de belangrijkste dingen : ik hoef mijn emoties niet te verontschuldigen om ze te mogen voelen.
Mijn CPTSS bepaalt niet wie ik ben, maar het helpt me wel begrijpen waarom bepaalde situaties zoveel harder kunnen binnenkomen. Mijn verleden is niet mijn excuus, maar het is wel een deel van mijn verhaal.
Vandaag is mijn zoon vertrokken. En terwijl ik dit schrijf, hoop ik vooral dat hij een geweldige week heeft.
Dat hij met zijn vrienden lacht, avonturen beleeft, misschien tot veel te laat verhalen vertelt en 's avonds doodmoe in zijn bed valt. Ik hoop dat hij deze week vooral gewoon kind kan zijn en dat hij later met een glimlach terugdenkt aan zijn openluchtklassen.
En mijn oefening is: wat er gebeurde niet honderd keer in mijn hoofd opnieuw te laten afspelen.
Om te erkennen dat ik boos was, zonder mezelf daarvoor te veroordelen. En om te weten dat mijn emotie er mag zijn en dat ik uiteindelijk zelf mag kiezen wat ik ermee doe.
Ik hoef me niet minder te voelen. En me zeker niet schuldig te voelen voor mijn reactie.
Reactie plaatsen
Reacties